ECLI:NL:CRVB:2006:AY0140
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Weigering erkenning als oorlogsgetroffene wegens ontbreken van medische gelijkstelling
Appellante heeft een aanvraag ingediend om erkend te worden als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, dan wel gelijkgesteld te worden met de vervolgde. De aanvraag is afgewezen omdat niet kon worden vastgesteld dat zij zelf vervolging heeft ondergaan en er geen ziekten of gebreken zijn die redelijkerwijs verband houden met het overlijden van haar vader.
De Raad heeft het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad getoetst en geoordeeld dat de medische adviezen, gebaseerd op onderzoek door een arts en deskundigen, voldoende gemotiveerd en deugdelijk zijn. De klachten van appellante zijn volgens deze adviezen leeftijdsgebonden, degeneratief of constitutioneel en niet direct gerelateerd aan de oorlogsomstandigheden.
Hoewel de zuster van appellante wel is gelijkgesteld, is dit volgens de Raad geen reden om het besluit te vernietigen, omdat medische beoordeling individueel is en de impact van gebeurtenissen per persoon kan verschillen. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering tot erkenning als oorlogsgetroffene wordt ongegrond verklaard.