ECLI:NL:CRVB:2006:AY0154
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek WUV-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad tot afwijzing van zijn verzoek om herziening van een eerder besluit omtrent de Wet uitkeringen burgeroorlogsslachtoffers 1940-1945 (WUV).
Het verzoek betrof onder meer een toeslag en periodieke uitkering, waarbij appellant stelde dat hij tijdens de oorlog getuige was geweest van calamiteiten zoals een noodvlucht naar een kampong bij Malang en een afranseling van een Nederlandse vrouw door een Japanner. Verweerster oordeelde dat deze gebeurtenissen niet voldeden aan de criteria van de Wet en dat er geen nieuwe feiten waren die aanleiding gaven tot herziening.
De Raad bevestigt dat de bevoegdheid tot herziening discretionair is en dat het verzoek slechts kan slagen indien nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd die destijds niet bekend waren. De verklaring van appellant en de overgelegde getuigenverklaringen bevatten geen bewijs van extreem geweld zoals vereist. De Raad concludeert dat het bestreden besluit standhoudt en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden die herziening rechtvaardigen.