ECLI:NL:CRVB:2006:AY0155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens niet voltooide wachttijd
Appellante, werkzaam als verkeersinfrastructuurmedewerker bij een gemeente, meldde zich op 14 mei 2001 ziek en vroeg een WAO-uitkering aan na het verstrijken van de wettelijke wachttijd van 52 weken. Het UWV wees deze aanvraag af omdat appellante de wachttijd niet had voltooid. De rechtbank Maastricht bevestigde dit besluit, waarbij werd geoordeeld dat er geen sprake was van onzorgvuldig medisch onderzoek door de verzekeringsartsen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met haar argumenten over onzorgvuldige medische besluitvorming en dat zij niet adequaat kon reageren op een laat ingediende reactie van de bezwaarverzekeringsarts. De Raad oordeelde dat de rechtbank de reactie terecht had betrokken en dat de medische beoordeling zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook inlichtingen van de huisarts waren ingewonnen.
Verder stelde appellante dat de verzekeringsarts opzettelijk een verkeerde diagnose had gesteld, wat de Raad ongegrond achtte. Ook de overschrijding van de beslistermijn door het UWV werd als onvoldoende reden gezien om het besluit te herzien. De Raad concludeerde dat appellante niet gedurende de volledige wachttijd arbeidsongeschikt was en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De afwijzing van de WAO-uitkering wegens niet voltooide wachttijd wordt bevestigd.