ECLI:NL:CRVB:2006:AY0159
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde toeslag na WAO-herziening
Appellant ontving een WAO-uitkering die per 1 april 1999 werd verhoogd van een arbeidsongeschiktheidsklasse van 25-35% naar 80-100%. Tegelijkertijd ontving hij een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) stelde vast dat appellant over de periode 1 april 1999 tot 1 juli 2002 teveel toeslag had ontvangen en vorderde dit bedrag terug.
Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar het bezwaar werd door het Uwv grotendeels ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had kunnen begrijpen dat de verhoging van zijn WAO-uitkering gevolgen had voor zijn toeslag en dat er geen dringende redenen waren om van terugvordering af te zien. Ook het late tijdstip van herziening door het Uwv vormde geen reden om af te zien van terugvordering. Het hoger beroep werd daarom verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigd betaalde toeslag en wijst het hoger beroep af.