ECLI:NL:CRVB:2006:AY1729
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding reiskosten naar Indonesië wegens ontbreken medische noodzaak
Appellante, gelijkgesteld met een vervolgingsslachtoffer op grond van psychische klachten gerelateerd aan oorlogsomstandigheden, verzocht om vergoeding van reiskosten naar Indonesië. Deze aanvraag werd door de Pensioen- en Uitkeringsraad afgewezen omdat de reis niet onderdeel was van een psychotherapeutisch behandelplan of de afronding daarvan.
De Raad stelde vast dat appellante ten tijde van de aanvraag niet meer onder behandeling was voor haar psychische klachten, waardoor niet voldaan werd aan de strikte medische noodzaak die vereist is voor vergoeding op grond van artikel 20 van Pro de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945.
De Raad verwierp het beroep van appellante en oordeelde dat het bestreden besluit in stand kan blijven. Een nieuwe verklaring van het RIAGG na het besluit kon niet worden meegewogen. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de vergoeding voor de reis naar Indonesië wordt geweigerd wegens ontbreken van medische noodzaak.