ECLI:NL:CRVB:2006:AY1780
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft in 1990 een aanvraag ingediend om erkend te worden als burger-oorlogsslachtoffer, gebaseerd op gebeurtenissen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode in voormalig Nederlands-Indië. Deze aanvraag werd in 1992 afgewezen omdat niet was gebleken dat appellant direct betrokken was bij oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
In de loop der jaren heeft appellant meerdere verzoeken tot herziening ingediend, waaronder in juni 2002 en maart 2005, welke alle zijn afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of gegevens heeft aangevoerd die aanleiding zouden geven tot herziening van het oorspronkelijke besluit. De Raad stelt vast dat het herzieningsverzoek en het bezwaar daarop geen nieuwe relevante informatie bevatten die het eerdere besluit zou kunnen wijzigen.
De Raad benadrukt dat erkenning als burger-oorlogsslachtoffer primair afhangt van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld. Medische gevolgen spelen pas een rol nadat die betrokkenheid is vastgesteld. De Raad concludeert dat het bestreden besluit standhoudt en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek blijft in stand.