ECLI:NL:CRVB:2006:AY3568
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht in hoger beroep WAO afgewezen
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep die zijn hoger beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. De Raad heeft onderzocht of de overschrijding van de verzetstermijn verschoonbaar was en oordeelde dat dit het geval was op grond van een medische verklaring van de huisarts.
Desondanks heeft de Raad geoordeeld dat het hoger beroep terecht niet-ontvankelijk is verklaard omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat was het griffierecht te betalen. De slechte gezondheid en financiële situatie van appellant bieden volgens de Raad geen voldoende grond om het niet-betalen te verontschuldigen.
Op basis van deze overwegingen heeft de Centrale Raad van Beroep het verzet ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd. Het Uwv was bij de zitting niet vertegenwoordigd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 juli 2006.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht is ongegrond verklaard.