ECLI:NL:CRVB:2006:AY3584
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing uitbreiding huishoudelijke hulp op grond van de WUV
Appellante, erkend als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, had een vergoeding voor huishoudelijke hulp toegekend gekregen. Zij vroeg uitbreiding van deze hulp, welke door verweerster werd afgewezen op basis van het advies van een geneeskundig adviseur die oordeelde dat uitbreiding niet medisch noodzakelijk was.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar ernstige psychische gesteldheid, voortkomend uit jeugdige internering, een uitbreiding rechtvaardigde. De geneeskundig adviseur baseerde zijn oordeel echter op verouderde medische informatie uit 1994 en een kortdurend consult in 2002, zonder eigen recent onderzoek.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van actueel medisch onderzoek en de onvoldoende onderbouwing van het oordeel van de geneeskundig adviseur het besluit niet met de vereiste zorgvuldigheid tot stand bracht. Hierdoor was het besluit strijdig met het motiveringsvereiste van de Algemene wet bestuursrecht, wat vernietiging rechtvaardigde.
De Raad veroordeelde verweerster tevens in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan appellante werd vergoed. Verweerster moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de uitbreiding van huishoudelijke hulp wordt vernietigd en verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.