ECLI:NL:CRVB:2006:AY3591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Verzekeringsplicht directeur/bestuurder stichting onder gezag Raad van Toezicht
De zaak betreft de vraag of de directeur/bestuurder van een stichting, die kennis en vaardigheden op het terrein van houding en beweging ontwikkelt en overdraagt, als verzekeringsplichtige moet worden aangemerkt onder de sociale werknemersverzekeringswetten. De appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelt dat de directeur/bestuurder onder het gezag van de Raad van Toezicht werkt en daarom verzekeringsplichtig is.
De rechtbank had het standpunt van appellant niet gevolgd, omdat onvoldoende concreet en duidelijk was vastgesteld dat er een gezagsrelatie bestond. De Stichting ontkende het bestaan van een gezagsverhouding en loonbetaling voor bestuurlijk werk. De Raad van Toezicht zou slechts op afstand functioneren en niet ingrijpen in conflictsituaties.
De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat de Raad van Toezicht beleidsmatig een dominante positie heeft, met bevoegdheden zoals het ontvangen van informatie, het geven van toestemming voor beslissingen, en het schorsen of ontslaan van de directeur/bestuurder. Dit impliceert een gezagsrelatie. Daarnaast acht de Raad de bestuursvergoeding als afdwingbare beloning voor bestuurlijke arbeid aannemelijk. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: De directeur/bestuurder van de stichting is verzekeringsplichtig op grond van artikel 3 van de sociale werknemersverzekeringswetten vanwege het bestaan van een privaatrechtelijke dienstbetrekking onder gezag van de Raad van Toezicht.