ECLI:NL:CRVB:2006:AY3595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid
Appellant, sinds 1993 WAO-uitkeringsgerechtigde, betwistte de herbeoordeling van zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV, stellende dat hij volledig arbeidsongeschikt is vanwege pijn-, concentratie- en vermoeidheidsklachten. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant geschikt was voor arbeid gedurende zes uur per dag met een verlies aan verdienvermogen van 45 tot 55%.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren en voegde toe dat de bezwaarverzekeringsarts ten onrechte concludeerde dat hij meer dan zes uur per dag zou kunnen werken. De Centrale Raad van Beroep toetste het oordeel van de rechtbank en vond geen aanleiding om het besluit te vernietigen. De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de bezwaarverzekeringsarts beschikte over uitgebreide medische rapporten, waaronder van specialisten en verzekeringsartsen.
De Raad concludeerde dat er geen nieuwe medische informatie was die de stelling van appellant ondersteunde dat hij volledig arbeidsongeschikt zou zijn. Ook de door appellant aangevoerde brieven van een reumatoloog waren reeds betrokken bij de beoordeling. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV dat de mate van arbeidsongeschiktheid juist was vastgesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant niet volledig arbeidsongeschikt is en handhaaft de herbeoordeling van de WAO-uitkering op 45-55%.