ECLI:NL:CRVB:2006:AY3767
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende motivering en onvolledig medisch onderzoek
Appellante, voormalig fiscaal technisch medewerkster, meldde zich ziek wegens rugklachten en vroeg een WAO-uitkering aan. Het UWV weigerde deze uitkering omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn op de peildatum 15 februari 2002. Appellante stelde dat haar beperkingen ernstiger waren, onderbouwd met medische informatie, waaronder rapporten van dr. Herz uit België.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV voldoende rekening had gehouden met de medische gegevens en dat latere verslechteringen niet relevant waren voor de peildatum. In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep anders: het UWV had onvoldoende rekening gehouden met de medische informatie van dr. Herz, die ook betrekking had op de peildatum.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval het UWV een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellante en tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en onvolledig medisch onderzoek, met opdracht tot hernieuwde beslissing.