ECLI:NL:CRVB:2006:AY3777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsuitkering wegens ontbreken duurzaam gescheiden leven
Appellante verzocht om bijstand op grond van de Algemene bijstandswet (Abw) met de mededeling dat zij door haar echtgenoot was verlaten. Het College wees de aanvraag af omdat zij niet als ongehuwd werd aangemerkt, aangezien er geen sprake was van duurzaam gescheiden leven. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en oordeelde dat appellante met haar echtgenoot als gezin moest worden beschouwd, waardoor zij geen zelfstandig recht op bijstand had.
In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere gronden, maar de Centrale Raad van Beroep sloot zich aan bij het oordeel van de rechtbank. De Raad stelde vast dat appellante niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot en verwierp haar stelling dat het huisbezoek onrechtmatig was, aangezien zij zelf de kasten opende voor onderzoek.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten. Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: De aanvraag bijstandsuitkering wordt afgewezen omdat appellante niet duurzaam gescheiden leeft van haar echtgenoot.