ECLI:NL:CRVB:2006:AY3903
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening blijvende gehele weigering WW-uitkering
Appellant heeft verzocht om herziening van het besluit van het UWV van 26 oktober 2004, waarbij zijn WW-uitkering met ingang van 10 september 2004 blijvend geheel werd geweigerd. Dit verzoek werd door het UWV afgewezen omdat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond.
In hoger beroep stelt appellant dat hij voorafgaand aan het besluit niet is gehoord en dat de weigering gebaseerd is op onbetrouwbare informatie van zijn werkgever. De Raad overweegt echter dat het oorspronkelijke besluit onherroepelijk is geworden en dat een verzoek tot herziening alleen kan slagen indien nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden aangevoerd.
De Raad stelt vast dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft genoemd en dat zijn bezwaren betrekking hebben op de totstandkoming van het oorspronkelijke besluit, wat geen grond is voor herziening. Het UWV was bevoegd het verzoek af te wijzen op grond van artikel 4:6 Awb Pro. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.