ECLI:NL:CRVB:2006:AY4009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV weigering WAO-uitkering wegens onjuiste functiegeschiktheid
Appellante stelde beroep in tegen het besluit van het UWV van 20 februari 2003 waarin de weigering van een WAO-uitkering werd gehandhaafd. Het UWV baseerde dit op de conclusie dat appellante vanwege haar medische beperkingen niet in staat was haar eigen werk te verrichten, maar wel geschikt was voor andere gangbare functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak.
De Raad constateerde dat de rechtbank het beroep onterecht ongegrond verklaarde, mede omdat tijdens het beroep een aangescherpte Functionele Mogelijkheden Lijst (kFML) met nieuwe beperkingen en een vernieuwde arbeidskundige onderbouwing werd toegevoegd. Tevens werd geconstateerd dat appellante niet de mogelijkheid kreeg te reageren op nieuwe inhoudelijke stukken, wat in strijd is met het hoor- en wederhoor-beginsel zoals neergelegd in de Awb.
Inhoudelijk oordeelde de Raad dat het UWV onvoldoende had onderbouwd dat appellante geschikt was voor de voorgestelde functies, aangezien zij niet beschikte over de vereiste opleiding en ervaring, zoals een VMBO-diploma of typediploma. Hierdoor was het besluit in strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb. De Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen. De gevraagde schadevergoeding kon niet worden toegewezen omdat de gevolgen voor de WAO-uitkering nog onduidelijk waren.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.