ECLI:NL:CRVB:2006:AY4178
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ‘t Hooft
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek abdominoplastiek wegens ontbreken medische indicatie
Appellante verzocht VGZ Zorgverzekeraar om toestemming voor een abdominoplastiek met vetschortreductie. VGZ wees dit verzoek af omdat niet was voldaan aan de criteria van artikel 2 van Pro de Regeling medisch-specialistische zorg Ziekenfondswet, die vergoeding alleen toestaat bij verminking of aantoonbare lichamelijke functiestoornissen.
Het bezwaar van appellante werd ongegrond verklaard en ook de rechtbank ’s-Hertogenbosch oordeelde dat er geen sprake was van een medische indicatie die vergoeding rechtvaardigt. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel degelijk lichamelijke functiestoornissen had, zoals pijnklachten die haar mobiliteit beperken, en dat VGZ onvoldoende onderzoek had verricht.
De Raad verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat het vergelijkingsgeval betrekking had op een andere behandeling en een ander bestuursorgaan. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat de afwijzing terecht was, mede gelet op de medische rapporten en het ontbreken van onderbouwing voor de pijnklachten. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor een abdominoplastiek met vetschortreductie is terecht afgewezen wegens het ontbreken van medische indicatie.