ECLI:NL:CRVB:2006:AY4286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herzieningsverzoeken onverschuldigd betaalde premies werknemersverzekeringen
Appellanten verzochten het Uwv om restitutie van onverschuldigd betaalde premies werknemersverzekeringen over diverse jaren, stellende dat premies alleen verschuldigd zijn over daadwerkelijk gewerkte dagen. Het Uwv wees deze verzoeken af, waarna appellanten in beroep gingen bij de rechtbank, die de beroepen ongegrond verklaarde. Appellanten voerden aan dat de premies onterecht werden berekend over dagen zonder arbeid en dat eerdere jurisprudentie en een brief van de Staatssecretaris dit ondersteunen.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat herziening van besluiten op grond van artikel 11, vierde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering (CSV) alleen mogelijk is bij nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. Totstandkoming of verandering van rechtspraak kan niet worden aangemerkt als zodanig. Tevens is artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing op deze verzoeken, waardoor herziening beperkt is. De Raad wijst het standpunt van appellanten af dat artikel 4:6 Awb Pro niet van toepassing zou zijn op ambtshalve genomen besluiten.
De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank dat de verzoeken van appellanten moeten worden gekwalificeerd als verzoeken om terug te komen op rechtens onaantastbare premienota’s en dat het Uwv terecht heeft geweigerd tot restitutie over te gaan. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de herzieningsverzoeken wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.