ECLI:NL:CRVB:2006:AY4812
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- H.G. Lubberdink
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing benoeming gerechtsauditeur-onderzoeker
Appellant werd door het bestuur van de Centrale Raad van Beroep niet in aanmerking genomen voor de functie van gerechtsauditeur-onderzoeker. Hij maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:4, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde.
In het hoger beroep stond centraal de vraag of het bezwaar van appellant terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad overwoog dat het besluit tot afwijzing van appellant gelijkgesteld kan worden met een besluit als bedoeld in artikel 8:4 Awb Pro, waarbij geen beroep mogelijk is tenzij de betrokkene als ambtenaar rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen. De Raad oordeelde dat appellant door de afwijzing niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar rechtstreeks in zijn belang is getroffen.
Appellant voerde aan dat deze uitzonderingsclausule in strijd is met internationale verdragsbepalingen (IVBPR) omdat het onderscheid in rechtsbescherming tussen ambtenaren die bevorderd worden en ambtenaren die benoemd worden, onrechtvaardig is. De Raad verwierp dit betoog en stelde dat het onderscheid gerechtvaardigd is, mede gelet op de geschiedenis van de Awb en de Ambtenarenwet 1929.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.