ECLI:NL:CRVB:2006:AY4875
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Janssen
- I.M.J. Hilhorst - Hagen
- Rechtspraak.nl
Weigering terug te komen op WAJONG-besluit en ingangsdatum uitkering
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Middelburg die het bezwaar van betrokkene tegen het niet terugkomen op een eerder WAJONG-besluit en de ingangsdatum van de uitkering gegrond verklaarde.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het bestuursorgaan in beginsel bevoegd is om een verzoek tot terugkomen van een besluit te heroverwegen, maar dat de rechter zich moet beperken tot de vraag of er sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De Raad oordeelt dat betrokkene geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die rechtvaardigen dat het besluit van 11 april 1997 wordt herzien.
Verder wordt geoordeeld dat betrokkene redelijkerwijs niet kan worden geacht niet in verzuim te zijn geweest met betrekking tot de aanvraag van de WAJONG-uitkering en dat de verbeterde gezondheidstoestand tussen 1997 en 1999 geen reden was om de aanvraag eerder in te dienen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank Middelburg en verklaart het inleidende beroep alsnog ongegrond, waarmee het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak en verklaart het beroep ongegrond, waarbij het UWV in het gelijk wordt gesteld.