ECLI:NL:CRVB:2006:AY4950

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-3091 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Th.C. van Sloten
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 39 Abw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor bed en bankstel wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

Appellante, die sinds juni 2002 een bijstandsuitkering ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor de aanschaf van een bed met toebehoren en een bankstel. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage wees deze aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellante in hoger beroep ging.

De Centrale Raad van Beroep overweegt dat volgens artikel 39 van Pro de Algemene bijstandswet bijzondere bijstand kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten die niet uit de bijstandsnorm of draagkracht kunnen worden voldaan. Kosten van duurzame gebruiksgoederen zoals bedden en banken worden als incidenteel voorkomende noodzakelijke kosten beschouwd, die in principe uit het inkomen moeten worden betaald.

De Raad constateert dat appellante de vervanging van het bed en bankstel had kunnen voorzien en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die bijzondere bijstand rechtvaardigen. Tevens wijst de Raad op het Speerpuntenbeleid van het College, dat bijzondere bijstand voor dergelijke kosten alleen toekent aan personen die drie jaar of langer van bijstandsniveau leven, wat bij appellante niet het geval was. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van bijzondere bijstand bevestigd.

Uitspraak

05/3091 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 11 april 2005, 04/3445 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage (hierna: College)
Datum uitspraak: 4 juli 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. M.K. Bhadai, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek is ter behandeling aan de orde gesteld op 20 juni 2006, waar partijen niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
Appellante ontvangt sinds 12 juni 2002 een bijstandsuitkering ingevolge de Algemene bijstandswet (Abw). Op 7 augustus 2003 heeft zij een aanvraag om bijzondere bijstand ingediend in de kosten van een bed met toebehoren en een bankstel.
Het College heeft deze aanvraag bij besluit van 8 augustus 2003 afgewezen.
Bij besluit van 7 juni 2004 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 8 augustus 2003 ongegrond verklaard.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 7 juni 2004 ongegrond verklaard.
Appellante heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Ingevolge artikel 39, eerste lid, van de Abw heeft, onverminderd hoofdstuk II van de Abw, de alleenstaande of het gezin recht op bijzondere bijstand voorzover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, bedoeld in afdeling 1, paragraaf 2 en 3 van de Abw, en de aanwezige draagkracht.
Volgens vaste rechtspraak van de Raad worden de kosten van duurzame gebruiks-goederen zoals een bed en een bankstel tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan gerekend. Die kosten dienen in beginsel te worden bestreden uit het inkomen, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Afzonderlijke bijstandsverlening is niet mogelijk, hetzij door ten noodzakelijk zijn als gevolg van bijzondere omstandigheden in het individuele geval, die ertoe leiden dat die kosten niet uit de algemene bijstand en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan.
De Raad heeft onvoldoende aanknopingspunten om te oordelen dat in het geval van appellante sprake is van uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten die voor bijstandsverlening in aanmerking komen. De Raad wijst erop dat appellante de vervanging van het bed met toebehoren en het bankstel ruimschoots heeft kunnen voorzien.
Met betrekking tot het door gedaagde ontwikkelde Speerpuntenbeleid overweegt de Raad het volgende. Dit beleid hield, kort gezegd, in dat personen die, voorafgaand aan de aanvraag, gedurende drie jaar of langer waren aangewezen op algemene bijstand of op een inkomen op bijstandsniveau voor kosten als de onderhavige bijzondere bijstand om niet konden verkrijgen.
De Raad is met de rechtbank van oordeel dat op het moment dat appellante op 7 augustus 2003 haar aanvraag om bijzondere bijstand indiende, zij niet drie jaar of langer van een inkomen ter hoogte van het sociaal minimum leefde.
Het hoger beroep slaagt derhalve niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
De Raad ziet ten slotte geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Th.C. van Sloten. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M. Pijper als griffier, uitgesproken in het openbaar op 4 juli 2006.
(get.) Th.C. van Sloten.
(get.) M. Pijper.