ECLI:NL:CRVB:2006:AY4955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens onjuiste arbeidskundige grondslag
Appellante werkte sinds 1996 deeltijd als activiteitenbegeleidster en viel uit wegens klachten aan voet en stuitje. Het UWV weigerde een WAO-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische beperkingen en de geduide functies juist waren vastgesteld.
In hoger beroep handhaafde appellante haar grieven. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beoordeling juist was, maar dat de arbeidskundige grondslag onvolkomenheden vertoonde. Met name was een van de functies (fb-code 3807) onjuist betrokken bij de schatting omdat deze mogelijk toeslagen voor afwijkende werktijden bevatte, terwijl het maatgevende loon van appellante geen onregelmatige diensten omvatte.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een juiste combinatie van medische en arbeidskundige beoordeling bij WAO-uitkeringen.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.