ECLI:NL:CRVB:2006:AY4977
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- K. Zeilemaker
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag overgang wachtgeld-UKW en proceskostenveroordeling wegens niet tijdige beslissing bezwaar
Appellant, een sergeant majoor bij de subdienstgroep Bijzondere Diensten Geschutkonstabel, verzocht in maart 2004 om gebruik te mogen maken van de maatregel overgang wachtgeld-UKW per 1 augustus 2004. Deze maatregel is bedoeld voor militairen die binnen drie jaar hun leeftijdsontslag bereiken en wordt vooral toegepast bij knelpuntcategorieën. Het verzoek van appellant werd op 10 mei 2004 afgewezen en deze afwijzing werd na bezwaar gehandhaafd op 28 oktober 2004.
Appellant stelde beroep in tegen de afwijzing en tegen het uitblijven van een tijdige beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond. De Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel voor zover geen proceskostenveroordeling werd uitgesproken voor het niet tijdig beslissen op bezwaar, omdat de Staatssecretaris de beslistermijn had overschreden. De Raad legt een proceskostenveroordeling op aan de Staatssecretaris.
Inhoudelijk oordeelt de Raad dat de dienstgroep van appellant geen knelpuntcategorie was en dat de Staatssecretaris een ruime beleidsvrijheid heeft bij het toepassen van het managementinstrument. De afwijzing is gerechtvaardigd omdat appellant passend werk verrichtte en geen bijzondere omstandigheden aannemelijk zijn gemaakt. Ook het beroep op gerechtvaardigd vertrouwen wordt verworpen omdat geen toezegging door het bevoegd gezag is gedaan.
De Raad bevestigt de overige onderdelen van het vonnis en veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van het verzoek tot overgang wachtgeld-UKW wordt bevestigd en de Staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten wegens niet tijdige beslissing op bezwaar.