ECLI:NL:CRVB:2006:AY5006
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen mededeling terugvordering WAO-uitkering
De zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht waarin het bezwaar tegen een brief over terugvordering van een WAO-uitkering niet-ontvankelijk werd verklaard. Betrokkenen waren op 16 september 2003 geïnformeerd dat na het overlijden van de betrokkene diens WAO-uitkering onverschuldigd was doorbetaald en teruggevorderd zou worden. Tegen deze brief maakten betrokkenen bezwaar.
Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. De rechtbank bevestigde dit, maar veroordeelde het UWV tot vergoeding van het griffierecht omdat betrokkenen door het handelen van het UWV genoodzaakt waren beroep in te stellen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV in de beslissing op bezwaar voldoende duidelijk heeft gemaakt dat de brief geen bestuursrechtelijk besluit was, maar een mededeling over een civielrechtelijke terugvordering. De rechtbank heeft ten onrechte het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. Het verzoek om schadevergoeding valt buiten het geschil en blijft onbesproken. De uitspraak wordt vernietigd voor zover het UWV tot vergoeding van het griffierecht is veroordeeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de veroordeling van het UWV tot vergoeding van het griffierecht wegens niet-bestuursrechtelijk karakter van de brief.