ECLI:NL:CRVB:2006:AY5014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen schorsing en intrekking WAO-uitkering wegens niet-ontvangst besluiten
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem die het bezwaar van betrokkene tegen de schorsing en intrekking van haar WAO-uitkering ontvankelijk had verklaard. Betrokkene ontving een WAO-uitkering die door appellant werd geschorst en later ingetrokken omdat een inlichtingenformulier niet was terugontvangen.
De rechtbank oordeelde dat de primaire besluiten niet op correcte wijze aan betrokkene waren uitgereikt of verzonden, waardoor het risico van niet-ontvangst voor rekening van appellant komt. Betrokkene had verklaard de besluiten niet te hebben ontvangen, mede doordat zij in de periode van maart 2002 tot 2004 met onderbrekingen was opgenomen in een instelling en alleen in weekenden thuis was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en oordeelde dat er geen bewijs was dat betrokkene eerder kennis had kunnen nemen van de besluiten. De Raad veroordeelde appellant tot betaling van de proceskosten van betrokkene en bepaalde dat het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen griffierecht moest betalen.
Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Arnhem werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Arnhem bevestigd.