ECLI:NL:CRVB:2006:AY5126
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens geen arbeidsbeperkingen door lawaaidoofheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het bezwaar tegen de afwijzing van een WAO-uitkering ongegrond verklaarde. Het UWV had op basis van medisch onderzoek geconcludeerd dat appellant geen beperkingen heeft ten aanzien van het verrichten van arbeid vanwege lawaaidoofheid.
De Raad overweegt dat de verzekeringsarts een zorgvuldig onderzoek heeft verricht en dat de conclusie dat appellant geen arbeidsbeperkingen heeft, wordt onderschreven door de bezwaarverzekeringsarts. Deze laatste hield ook rekening met gehoorklachten en verwees naar de zorgplicht van de werkgever voor gehoorbescherming volgens de Arbowet.
De Raad ziet geen aanleiding voor een aanvullend medisch onderzoek omdat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft overgelegd die het eerdere oordeel zouden kunnen veranderen. Daarom wordt de aangevallen uitspraak bevestigd en wordt het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen beperkingen heeft en wijst het beroep af.