ECLI:NL:CRVB:2006:AY5127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te beëindigen per 1 mei 2001, omdat hij volgens het UWV minder dan 15% arbeidsongeschikt is en duurzaam in staat wordt geacht inkomsten te verwerven.
De rechtbank Zutphen verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn eerdere stellingen over het ontbreken van tijdige en zorgvuldige beoordelingen, maar de Centrale Raad van Beroep vond deze argumenten onvoldoende om het eerdere oordeel te wijzigen.
De Raad overweegt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is en dat de uitkering daarom terecht is beëindigd. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de WAO-uitkering bevestigd.