ECLI:NL:CRVB:2006:AY5225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens ontoereikende arbeidskundige grondslag
Appellante was fulltime verkoopadviseur en meldde zich ziek na een auto-ongeluk. Zij ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 65-80%. Het UWV trok de uitkering in na een herbeoordeling waarbij werd vastgesteld dat zij passend werk kon verrichten met minder dan 15% verlies aan verdiencapaciteit.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV volgde. In hoger beroep stelde appellante dat het reïntegratietraject en de arbeidskundige schatting niet juist waren. De Raad concludeerde dat drie van de vijf functies waarop de schatting was gebaseerd, onterecht toeslagen voor afwijkende werktijden bevatten en dat er uiteindelijk slechts twee functies overbleven, wat onvoldoende is voor een betrouwbare schatting.
De medische beoordeling werd bevestigd; er was geen reden tot twijfel aan de vastgestelde beperkingen. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en beval het UWV een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot intrekking van de WAO-uitkering is vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.