ECLI:NL:CRVB:2006:AY5226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies WAO-uitkering
Appellant ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV van 24 november 2003, waarin hij na een wachttijd van 52 weken werd aangemerkt als arbeidsongeschikt voor 65 tot 80% en in aanmerking kwam voor een WAO-uitkering. Het geschil betrof de geschiktheid van geselecteerde functies, waaronder consultatiebureau assistent en bestelautochauffeur, waarvan appellant stelde dat deze de vastgestelde medische beperkingen overschreden.
De Raad overwoog dat de medische beperkingen door de verzekeringsartsen van het UWV correct waren vastgesteld en dat de functies, zoals beoordeeld door de bezwaararbeidsdeskundige, passend waren binnen de beperkingen van appellant. De Raad nam daarbij ook de functieomschrijvingen en arbeidspatronen in beschouwing, onder meer dat het incidenteel 's avonds werken bij de functie bestelautochauffeur niet zodanig was dat deze functie buiten beschouwing moest blijven.
De Raad concludeerde dat de functies passend waren en dat het hoger beroep niet slaagde. De rechtbankuitspraak werd bevestigd en er werd geen aanleiding gezien voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Daarmee bleef de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid en de onderliggende functiebeschrijvingen ongewijzigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.