ECLI:NL:CRVB:2006:AY5327
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Premieplicht over CAO-loon ondanks lagere betaling en fooienafdracht
Appellante exploiteert een Chinees-Indisch specialiteitenrestaurant en betaalde haar meewerkende zonen minder dan het volgens de horeca-CAO geldende minimumloon. Het UWV voerde een looncontrole uit over 1997-2001 en stelde correctie- en boetenota's op wegens het niet naleven van de CAO-lonen en het niet premievrij afdragen van fooien.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht premies over het CAO-loon had opgelegd, ook al werd minder betaald. Appellante voerde aan dat de fooien als negatief loon aan de ouders werden afgedragen, waardoor hierover geen premie verschuldigd zou zijn.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Raad stelt dat appellante geen bewijs heeft geleverd dat de fooien daadwerkelijk werden afgedragen en dat het UWV de juiste wettelijke regels toepaste. De premieplicht over het CAO-loon blijft daarmee onverminderd van kracht.
Uitkomst: De premieplicht over het CAO-loon blijft van kracht ondanks lagere betaling en de stelling dat fooien werden afgedragen.