ECLI:NL:CRVB:2006:AY5357
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing van WAO-uitkeringszaak vanwege ontoereikende motivering rechterlijke uitspraak
In deze zaak ging het om een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over de mate van arbeidsongeschiktheid van betrokkene. De rechtbank had het bestreden besluit vernietigd omdat zij meende dat de verzekeringsarts de linker- en rechterarm van betrokkene had verward bij het vaststellen van de beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze motivering ontoereikend was. De Raad stelde vast dat de rechtbank onvoldoende had onderbouwd waarom zij tot die conclusie was gekomen. De waarneming van de rechter tijdens de zitting, waarop de rechtbank zich deels had gebaseerd, was niet in het proces-verbaal vastgelegd, waardoor het gebruikte bewijsmiddel niet transparant was.
Daarnaast ontbeerde de rechtbank de medische deskundigheid om op basis van die waarneming te concluderen dat sprake was van verwarring tussen linker- en rechterarm. Het UWV had bovendien onderbouwd gesteld dat betrokkene wel beperkingen aan de linkerarm had, maar niet dat deze verlamd was.
Gezien deze tekortkomingen vernietigde de Centrale Raad de uitspraak en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor nadere behandeling. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en wijst de zaak terug voor nadere behandeling.