ECLI:NL:CRVB:2006:AY5389
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over herziening WAO-uitkering en arbeidsongeschiktheid
Appellant was arbeidsongeschikt verklaard met een uitkering op grond van de WAO. Na herbeoordeling door verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 35 tot 45% en herzag de uitkering dienovereenkomstig. Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, maar dit werd door het UWV ongegrond verklaard.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het eerste besluit van het UWV en veroordeelde tot vergoeding van renteschade, maar verklaarde het beroep tegen het tweede besluit ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en goed gemotiveerd zijn. De functies die appellant geacht wordt te kunnen verrichten, passen binnen zijn beperkingen.
De Raad stelt vast dat de beperkingen van appellant, waaronder psychische klachten en fysieke beperkingen, adequaat zijn meegenomen in de beoordeling. Er is geen aanleiding om een urenbeperking toe te passen, en de functies met relevante asterisken blijven binnen de medische mogelijkheden van appellant. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat de herziening van de WAO-uitkering en de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% correct is.