ECLI:NL:CRVB:2006:AY5527
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderbijslag wegens niet-verzekerd zijn voor AKW na emigratie
Appellant emigreerde in mei 1995 naar Nieuw-Zeeland en ontving daar een BWOO-uitkering. Hij vroeg kinderbijslag aan voor zijn in Nieuw-Zeeland geboren kinderen, welke aanvankelijk werd toegekend maar later door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd beëindigd omdat appellant niet verzekerd was voor de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad oordeelt dat de regelgeving terecht werd toegepast en dat er geen sprake is van onrechtvaardige discriminatie op grond van woonplaats. De BWOO-uitkering wordt niet gerekend tot de uitkeringen die verzekeringsplicht voor niet-ingezetenen handhaven.
De Raad benadrukt dat de besluitgever ruime beoordelingsvrijheid heeft bij het bepalen van de kring van verzekerden en dat appellant niet onder de overgangsbepalingen valt. Het feit dat appellant een BWOO-uitkering ontving tijdens zijn verblijf in Nieuw-Zeeland verandert hier niets aan.
De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 28 juli 2006 en bevestigt het besluit van de Svb. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant na emigratie niet verzekerd was voor de AKW en daarom terecht geen kinderbijslag ontving.