ECLI:NL:CRVB:2006:AY5552
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens onvoldoende arbeidsurenverlies
Appellante, werkzaam als verzorgende in de thuiszorg, diende een aanvraag in voor een WW-uitkering per 24 november 2003. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees deze aanvraag af omdat zij niet voldeed aan het vereiste arbeidsurenverlies van ten minste vijf of de helft van haar arbeidsuren per week. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat appellante gedurende de relevante periode nog zes uren per week werkte, waardoor zij niet voldeed aan het criterium van minimaal vijf verloren arbeidsuren. Een weekrapport dat appellante aanvoerde om haar arbeidsurenverlies te onderbouwen, betrof een periode vóór de datum van de aanvraag en kon niet doorslaggevend worden geacht zonder nadere toelichting. Bovendien was het loon van appellante volledig doorbetaald, wat het recht op WW-uitkering uitsluit.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Middelburg. Er werden geen proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door rechter T. Hoogenboom op 5 juli 2006.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WW-uitkering bevestigd.