ECLI:NL:CRVB:2006:AY5561
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en geschiktheid functies bij WAO-uitkering
De zaak betreft het hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen die het besluit tot toekenning van een WAO-uitkering aan betrokkene vernietigde. Betrokkene werd aanvankelijk een uitkering toegekend op basis van 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid, maar betwistte de mate van arbeidsongeschiktheid en stelde dat hij slechts halve dagen kon werken onder specifieke voorwaarden.
De Centrale Raad van Beroep liet een orthopedisch chirurg, dr. Mencke, een deskundigenonderzoek uitvoeren. Uit diens rapport bleek dat betrokkene aanzienlijke beperkingen heeft door achondrodysplastische kenmerken en functiestoornissen, met name in schouders, ellebogen, heupen en knieën. De belastbaarheid voor tillen, dragen, klimmen en klauteren is beperkt. De Raad concludeerde dat de schatting van de arbeidsongeschiktheid onvoldoende was onderbouwd, mede omdat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd niet voldeden aan het vereiste aantal arbeidsplaatsen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Het besluit van 20 mei 2005, dat niet volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van betrokkene, werd vernietigd. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen, rekening houdend met de bevindingen van de deskundige. Tevens werd het instituut veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot toekenning van een WAO-uitkering met 35-45% arbeidsongeschiktheid wordt vernietigd en het Uitvoeringsinstituut wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.