ECLI:NL:CRVB:2006:AY5562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens niet-verzekering zonder nieuwe feiten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen uitspraken van de rechtbank Rotterdam waarin zijn beroep tegen de weigering van een Ziektewetuitkering ongegrond werd verklaard. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had de uitkering geweigerd omdat appellant niet verzekerd was op grond van artikel 3, derde lid, van de Ziektewet.
De rechtbank oordeelde dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd die een herziening van het eerdere besluit rechtvaardigen. Ook de Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt vast dat het overzicht van dienstverbanden dat appellant aanvoerde geen nieuw feit is, aangezien hij hiervan op de hoogte had moeten zijn.
De Raad concludeert dat het Uwv niet onredelijk heeft gehandeld en dat geen sprake is van strijd met rechtsregels of algemene rechtsbeginselen. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De aangevallen uitspraken worden dan ook bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten.