ECLI:NL:CRVB:2006:AY5567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- B.J. van der Net
- N.J. Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Geen verzekeringsplicht wegens ontbreken gezagsverhouding in privaatrechtelijke dienstbetrekking adviseur maatschap
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch die de verzekeringsplicht van een adviseur van een maatschap betwistte. Het geschil draait om de vraag of de adviseur, voormalig notaris, onder een privaatrechtelijke dienstbetrekking viel die verzekerings- en premieplicht voor sociale werknemersverzekeringen met zich meebrengt.
De adviseur was tot 1 januari 2000 notaris en vormde samen met twee maten een maatschap. Na zijn defungeren bleef hij werkzaamheden verrichten, zoals public relations, acquisitie en juridische advisering, onder andere voor de nieuwe maatschap. Het UWV stelde dat deze werkzaamheden duidden op een dienstbetrekking met verzekeringsplicht, terwijl de adviseur en de maatschap dit ontkenden.
De rechtbank oordeelde dat er geen gezagsverhouding bestond en vernietigde het besluit van het UWV. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en stelt dat het UWV niet aannemelijk heeft gemaakt dat de adviseur opdrachten en aanwijzingen van de maatschap ontving. De Raad benadrukt dat de adviseur een gezichtsbepalende rol had en zelfstandig werkte, ook voor derden.
Daarnaast vernietigt de Raad het deel van de uitspraak dat het gehele besluit van het UWV vernietigde met betrekking tot proceskosten, omdat het UWV al een vergoeding had toegekend. De Raad veroordeelt het UWV tot betaling van proceskosten aan de adviseur.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen verzekeringsplicht bestaat wegens het ontbreken van een gezagsverhouding tussen de maatschap en de adviseur.