ECLI:NL:CRVB:2006:AY5573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering WAJONG-uitkering wegens onvoldoende motivering medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant vroeg een WAJONG-uitkering aan wegens chronische vermoeidheid met eerste arbeidsongeschiktheidsdag in 1997. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn. Medisch onderzoek door verzekeringsarts Meeren en bezwaarverzekeringsarts Van Hooff concludeerde dat er geen sprake was van een psychische stoornis, maar wel een persoonlijkheidsstructuur die beperkingen kan veroorzaken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat onvoldoende medische onderbouwing bestond voor een objectief medisch verband met ziekte of gebrek. De Raad overwoog echter dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom geen psychische beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn opgenomen, ondanks aanwijzingen van het revalidatiecentrum Breda over mogelijke psychische componenten. Ook was de arbeidskundige beoordeling onjuist omdat één van de gebruikte functies onvoldoende representatief was.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot weigering van de WAJONG-uitkering wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.