ECLI:NL:CRVB:2006:AY5591
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Beslissing over gedifferentieerde premie en gelijkheidsbeginsel bij overgang van onderneming in de bouwsector
Appellante, actief in de aanneming van spoor-, tram- en metrobanen, betwist het besluit van het UWV waarin haar de status van startende onderneming werd ontzegd en geen toepassing werd gegeven aan artikel 5 van Pro het Besluit premiedifferentiatie WAO. Zij voert aan dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden omdat twee concurrenten ten onrechte als startende werkgevers werden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat appellante geen gelijk heeft en dat de fouten bij de concurrenten incidenteel waren en hersteld. De Raad stelt echter vast dat het UWV bij het bestreden besluit onvoldoende aandacht heeft besteed aan het buitenwettelijke beleid waarbij soms toch artikel 5 van Pro het Besluit werd toegepast bij overgang van onderneming vóór 1 januari 1998.
De Raad vernietigt het besluit wegens strijd met het motiveringsvereiste van artikel 7:12 Awb Pro en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.