ECLI:NL:CRVB:2006:AY5604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering na wachttijd onterecht verklaard
Appellante, werkzaam als administratief medewerkster, meldde zich op 24 juli 2000 ziek door nekletsel na een ongeval. Het UWV weigerde een WAO-uitkering toe te kennen omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt zou zijn geweest. De rechtbank volgde het oordeel van een door haar ingeschakelde neuroloog die stelde dat appellante zes weken na het ongeval volledig arbeidsgeschikt was.
Appellante voerde aan dat zij wel recht had op loondoorbetaling en dat zij de wachttijd had vervuld, wat werd bevestigd door een vonnis van de kantonrechter en medische rapporten die een post-whiplashsyndroom en beperkingen vaststelden. De Raad overwoog dat het oordeel van de neuroloog niet doorslaggevend was en dat het UWV zelfstandig moet beoordelen of de wachttijd is vervuld.
De Raad achtte het aannemelijk dat appellante de wachttijd van 52 weken had vervuld en vernietigde het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak. Het UWV moet een nieuw besluit nemen over de aanspraken van appellante en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit van het UWV en beveelt een nieuw besluit te nemen omdat appellante de wachttijd van 52 weken arbeidsongeschiktheid heeft vervuld.