ECLI:NL:CRVB:2006:AY5673
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging aansprakelijkheid voor onbetaalde premies en boetes ondanks strafrechtelijke boete
Appellant werd door het UWV hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor onbetaald gelaten premies van een besloten vennootschap. Na diverse procedures vernietigde de rechtbank Haarlem het bezwaar van appellant tegen deze aansprakelijkstelling, waarna hoger beroep volgde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad vernietigde deels eerdere uitspraken en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen over de boetes.
In het nieuwe besluit van 27 februari 2004 stelde het UWV het bedrag van de aansprakelijkstelling vast, waarbij de boetes met 10% werden gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Appellant voerde in hoger beroep aan dat sprake was van dubbele bestraffing omdat hij ook strafrechtelijk was veroordeeld tot een boete.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht geen rekening hoefde te houden met de strafrechtelijke boete bij de bestuursrechtelijke aansprakelijkstelling. De overschrijding van de redelijke termijn was reeds beoordeeld en de matiging van de boetes correct toegepast. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aansprakelijkstelling en wijst het hoger beroep af.