ECLI:NL:CRVB:2006:AY5674

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-5770 CSV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • B.J. van der Net
  • N.J. van Vulpen-Grootjans
  • H.C. Cusell
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening van bestuursrechtelijke uitspraak UWV

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep een verzoek tot herziening ingediend van een eerdere uitspraak van 17 december 2003 betreffende een bestuursrechtelijke zaak tegen het UWV.

Tijdens de zitting van 27 april 2006 heeft verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat, zijn verzoek toegelicht. Het UWV heeft een verweerschrift ingediend. De Raad heeft overwogen dat het verzoek om herziening alleen kan worden toegewezen indien er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden.

De Raad concludeert dat de door verzoeker aangevoerde argumenten geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatten zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek om herziening is daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

04/5770 CSV
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 december 2003, 00/4963 en 00/4995 CSV, (hierna: betrokken uitspraak),
in het geding tussen
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv),
Datum uitspraak: 20 juli 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. L.J.L. Heukels, advocaat te Haarlem, herziening verzocht van de betrokken uitspraak.
Het Uwv heef een verweerschrift ingediend.
Het verzoek is behandeld ter zitting van 27 april 2006. Verzoeker is daar in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Heukels, voornoemd, en namens het Uwv is verschenen mr. R. Hofland, werkzaam bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
II. OVERWEGINGEN
In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of van de zijde van verzoeker gronden zijn aangevoerd die tot herziening van de betrokken uitspraak kunnen leiden.
De Raad beantwoordt deze vraag ontkennend en heeft daartoe het volgende overwogen.
Ingevolge artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad alleen, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en
redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Namens verzoeker is aangevoerd dat de Raad bij de betrokkene uitspraak enkele destijds door verzoeker aangevoerde argumenten over het hoofd heeft gezien.
Hetgeen door verzoeker is aangevoerd kan niet worden aangemerkt als feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb. De Raad wijst erop dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.
Op grond van het vorenoverwogene komt de Raad dan ook tot de conclusie dat het verzoek om herziening dient te worden afgewezen.
De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door B.J. van der Net als voorzitter en N.J. van Vulpen-Grootjans en H.C. Cusell als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.E. Lysen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2006.
(get.) B.J. van der Net.
(get.) R.E. Lysen.
GG120706