ECLI:NL:CRVB:2006:AY5678
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- M.C.M. van Laar
- O.J.D.M.L. Jansen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling opleidingsniveau bij vaststelling arbeidsongeschiktheid in hoger beroep
In deze zaak staat de vraag centraal of betrokkene voldoet aan de opleidingseisen die verbonden zijn aan de functies die door appellant zijn geduid voor de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Alkmaar had het besluit op bezwaar vernietigd omdat vier van de vijf functies diploma-eisen bevatten die betrokkene niet zou bezitten, waardoor het besluit volgens de rechtbank op een ondeugdelijke arbeidskundige grondslag berustte.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. Uit onbetwiste rapportages blijkt dat betrokkene na het verlaten van de lagere school vervolgonderwijs heeft gevolgd, waaronder de LTS en diverse vakopleidingen via het leerlingstelsel, met zes diploma's op het niveau van een MBO-installatiemonteur. Hoewel betrokkene niet over de specifieke VBO- of KMBO-diploma's beschikt die bij de functies worden gevraagd, kan zijn opleidingsniveau geacht worden gelijkwaardig te zijn aan deze diploma-eisen.
De Raad concludeert dat de geduide functies geschikt zijn om de theoretische verdiencapaciteit van betrokkene vast te stellen en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht in de klasse van 25 tot 35% is ingedeeld. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het vonnis van de rechtbank en bevestigt dat betrokkene geacht kan worden te voldoen aan de opleidingseisen, waardoor de mate van arbeidsongeschiktheid juist is vastgesteld op 25 tot 35%.