ECLI:NL:CRVB:2006:AY5924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan belang bij WAO-uitkering
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarin zijn bezwaar gegrond werd verklaard en de mate van arbeidsongeschiktheid was vastgesteld op 80-100%. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, omdat het UWV al volledig aan de wensen van appellant had voldaan met het besluit van 11 november 2004.
Appellant richtte zich vooral op het niet uitvoeren van dat besluit door het UWV, maar de Raad oordeelde dat deze weigering buiten de reikwijdte van het bestreden besluit valt. De Raad bevestigde dat de grieven deels reeds in eerste aanleg waren afgewezen en dat de overige grieven niet relevant waren voor de huidige rechtsvraag.
Daarmee werd het beroep van appellant niet ontvankelijk verklaard en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen reden om artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht toe te passen.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.