ECLI:NL:CRVB:2006:AY5928
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als burgeroorlogsslachtoffer vanwege ontbreken oorlogsgeweld
Appellant, geboren in 1936 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burgeroorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting. Hij verbleef toen in een schoolgebouw aan de rivier Moeara, dat volgens hem een relevante oorlogservaring vormde.
De Raad oordeelde dat het verblijf in het schoolgebouw niet kwalificeerde als een gebeurtenis in de zin van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, omdat het gebouw voornamelijk diende als opvang voor daklozen en vrouwen en kinderen zonder middelen van bestaan, en niet was omheind, waardoor bewoners het gebouw vrij konden verlaten. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat appellant direct was blootgesteld aan oorlogsgeweld.
Gezien het ontbreken van voldoende bewijs dat appellant door oorlogsgeweld was getroffen, hield de Raad het bestreden besluit in stand en wees het beroep af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door H.R. Geerling-Brouwer op 3 augustus 2006.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van erkenning als burgeroorlogsslachtoffer wordt gehandhaafd.