ECLI:NL:CRVB:2006:AY5933
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad overweegt dat de beschikbare medische gegevens, waaronder informatie van de behandelend psycholoog en huisarts, voldoende zijn om een verantwoord oordeel te geven. De verzekeringsarts heeft de belastbaarheid van appellante niet overschat en de beperkingen zijn juist vastgesteld.
Daarnaast concludeert de Raad dat appellante in staat is om de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies te verrichten. Het opleidingsniveau is correct ingeschat op niveau 2, waarbij de eisen voor lezen en schrijven beperkt zijn. Het vastgestelde maatvrouwloon is eveneens juist bepaald.
Gelet op artikel 8:69 van Pro de Awb is er geen reden om het bestreden besluit te vernietigen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.