ECLI:NL:CRVB:2006:AY5939
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.R. Geerling-Brouwer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag periodieke uitkering op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 wegens ontbreken causale ziekten of gebreken
Appellante, geboren in 1928 in het voormalige Nederlands-Indië, diende in mei 2005 een aanvraag in voor een periodieke uitkering en voorzieningen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945. Zij verzocht om gelijkstelling met een vervolgde omdat haar vader tijdens vervolging op zee was overleden.
De Pensioen- en Uitkeringsraad wees de aanvraag af omdat appellante niet voldeed aan de eis dat zij ziekten of gebreken heeft die redelijkerwijs verband houden met het overlijden van haar vader. Deze gedragslijn is door de Raad als redelijk beoordeeld.
Medische adviezen, gebaseerd op huisartsinformatie en een medisch onderzoek, concludeerden dat appellante geen psychiatrisch ziektebeeld heeft en dat haar lichamelijke klachten niet gerelateerd zijn aan het overlijden van haar vader. Ook de door appellante genoemde slaapproblemen werden niet als relevant voor de Wet beschouwd.
Appellante bracht geen nieuwe gegevens aan die tot een ander oordeel konden leiden. De Centrale Raad van Beroep verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van ziekten of gebreken die verband houden met het overlijden van haar vader.