ECLI:NL:CRVB:2006:AY5949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, werkzaam als keukenhulp, meldde zich op 9 oktober 2000 ziek met psychische klachten. De verzekeringsarts stelde een depressie vast met beperkingen, maar concludeerde dat appellant geschikt was voor eenvoudig gestructureerd werk met bepaalde beperkingen. De arbeidsdeskundige vond geen verlies aan verdiencapaciteit. Het UWV weigerde de WAO-uitkering per 8 oktober 2001.
In de bezwaarprocedure bevestigde de bezwaarverzekeringsarts deze beoordeling, ondanks aanvullende informatie over de psychische toestand van appellant. De rechtbank Arnhem oordeelde dat het UWV de medische beperkingen niet had onderschat en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Centrale Raad van Beroep vond geen reden om af te wijken van het eerdere oordeel.
De Raad benadrukte dat de medische en arbeidskundige grondslagen zorgvuldig waren gewogen en dat de reis van appellant naar Marokko na de datum in geschil geen invloed had op de beoordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.