ECLI:NL:CRVB:2006:AY5966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op basis van medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant, voormalig ploegbaas, meldde zich in 1998 arbeidsongeschikt met lichamelijke en psychische klachten. Na diverse herzieningen van zijn WAO-uitkering, werd per 4 februari 2003 een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35% vastgesteld door het UWV op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek.
Appellant stelde in bezwaar en hoger beroep dat zijn beperkingen ernstiger waren dan aangenomen en dat de functies die aan de schatting ten grondslag lagen zijn belastbaarheid overschreden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het rapport van prof. Kuilman geen aanwijzingen gaf dat de belastbaarheid op de datum in geding onjuist was ingeschat en dat latere verslechteringen buiten beschouwing moesten blijven.
De arbeidskundige beoordeling door Van Belkom werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld. De Raad vernietigde het bestreden besluit wegens onvoldoende motivering in eerste aanleg, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat de inschaling van 25-35% juist was. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25-35%, en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.