ECLI:NL:CRVB:2006:AY6014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAJONG-uitkering na medisch en arbeidskundig heronderzoek
Appellante maakte aanspraak op een WAJONG-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid, die in 1998 werd vastgesteld op 80 tot 100%. Na een heronderzoek in 2001 door verzekeringsarts Sijtsma en een arbeidsdeskundige beoordeling in 2002, concludeerde het UWV dat appellante slechts 1% verlies aan verdienvermogen had en trok de uitkering per 16 juli 2002 in.
Appellante maakte bezwaar en liet zich medisch herbeoordelen door psychiater Tilanus, die geen psychiatrische stoornis vaststelde maar wel een histrionische persoonlijkheidsstoornis met beperkingen in werkdruk en conflicthantering. De bezwaarverzekeringsarts handhaafde het oordeel van Sijtsma. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische en arbeidskundige grondslagen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten en overhandigde aanvullende medische verklaringen van haar psychiater Minkema en huisarts, die een verergering van klachten stelden. De Raad achtte deze verergering niet relevant voor de datum van het bestreden besluit en vond de medische en arbeidskundige rapporten van Sijtsma, Tilanus en Joosten voldoende betrouwbaar.
De Raad concludeerde dat de intrekking van de WAJONG-uitkering terecht was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAJONG-uitkering van appellante.