ECLI:NL:CRVB:2006:AY6055
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van de Vos
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering wegens te hoog vastgesteld bedrag
Appellant kreeg sinds 1989 een WAO-uitkering toegekend. In 2002 werd het dagloon waaruit de uitkering werd berekend verhoogd, waarna het UWV een nabetalingsbedrag van €74.717,73 vaststelde en betaalde, verminderd met loonheffing. Appellant maakte bezwaar tegen de hoogte van dit bedrag.
De brief van 3 februari 2003 waarin het UWV het bedrag van de nabetaling verlaagde, werd door het UWV niet als besluit aangemerkt, maar de Raad oordeelde dat deze brief wel degelijk een bestuursrechtelijk besluit is. De Raad stelde vast dat het terugvorderingsbedrag te hoog was vastgesteld; het juiste bruto bedrag was €6.391,12.
De Raad verwierp het beroep van appellant dat sprake was van een dringende reden om terugvordering te voorkomen. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde deze uitspraak en beval het UWV een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de juiste terugvordering. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met een lager terugvorderingsbedrag.