ECLI:NL:CRVB:2006:AY6058
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering per 1 april 2002 te herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid. Tevens was terugvordering van ten onrechte verstrekte uitkering aan de orde. De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep richtte appellant zich uitsluitend op arbeidskundige grieven, stellende dat de functies waarop de schatting was gebaseerd, zijn belastbaarheid zouden overstijgen. De Raad beperkte het geschil tot de herziening per 1 april 2002 en onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische beoordeling niet onjuist was.
De Raad beoordeelde de arbeidskundige rapporten en concludeerde dat functies behorend tot fb-codes 9714 (expeditiemedewerker tricot) en 8539 (samensteller elektrotechniek) passend waren. De functie meubelafwerker (fb-code 8187) werd uitgesloten wegens overschrijding van belastbaarheid. De functie wikkelaar (fb-code 8535) werd wel aan de schatting ten grondslag gelegd, mede vanwege het VBO-diploma van appellant.
Hieruit volgde dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht was vastgesteld in de klasse 35 tot 45%. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd, met gedeeltelijke aanpassing van de motivering.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidsklasse van 35 tot 45% wordt bevestigd.